MIIP19.016 - Inventarisatie voor HFO alternatieve brandstoffen voor zeevaart

Inleiding

De internationale druk op het reduceren van scheepsemissies als CO2, NOx, SOx en roet (PM) is groot. Niet alleen in de Emission Control Areas, maar ook daarbuiten dienen schepen per 1 januari 2020 aan de nieuwe zwavelnorm ( < 0,5% S) te voldoen. Momenteel worden er veel scrubbers gebouwd om te kunnen voldoen aan de emissie-eisen, of zal overgegaan worden op Ultra Low Sulphur HFO (ULSHFO) (< 0,1% S). Een alternatief is het gebruik van LNG als brandstof, hoewel dat voor de zeevaart de nodige uitdagingen met zich meebrengt. Helaas dragen (ULS)HFO en LNG als fossiele brandstoffen niet bij aan het terugdringen van de CO2 uitstoot van de scheepvaart.
Een geschikt bio-gebaseerd alternatief als drop in fuel voor de zeevaart is beperkt voorhanden. Bestaande drop in fuels voor de shortsea shipping en de binnenvaart (bijv. HVO) zijn duur en onvoldoende beschikbaar om in de zeevaart varend op HFO concurrerend ingezet te worden. Pyrolyse olie is een interessant alternatief, maar kent beperkingen als drop in fuel. Ook pure plant oil, (veresterde) biodiesel en/of andere duurzame brandstoffen kunnen wellicht als blend of emulsie ingezet worden als drop in fuel in de zeevaart.
Op de lange termijn zullen reders overgaan op hernieuwbare brandstoffen (bijv. H2, MEOH, NH3), maar op de middellange termijn dienen transitiepaden ontwikkeld te worden voor schonere schepen, waarbij drop in fuels een logische stap lijken.

wat is er eerder al aan gedaan?

In de binnenvaart en de kustvaart wordt geëxperimenteerd met Hydrotreated Vegetable Oil (HVO) als brandstof. Deze brandstof is voor de scheepvaart (varend op HFO) een kostbaar alternatief. Er is de laatste jaren veel onderzoek uitgevoerd naar het reduceren van SOx, NOx en PM van zeeschepen in ECA’s, maar sinds het klimaatverdrag van Parijs in 2015 staat ook de reductie van CO2 hoog op de agenda. Lloyds en DNV GL hebben een aantal studies uitgevoerd naar nul-emissie scheepvaart en het bedrijf Good Fuels heeft onlangs een niet fossiele alternatieve drop-in fuel ontwikkeld, maar er is nog niet onderzocht welke duurzame transitiepaden er nog meer zijn voor de scheepvaart die gebruik maakt van HFO.

waarom nu?

Fossiele brandstoffen als (ULS)HFO (met en zonder scrubbers) en LNG dragen nauwelijks bij aan de CO2 reductie, terwijl dit juist een belangrijk punt voor de komende jaren vormt in grote Nederlandse zeehavens. In de Rijnmond regio bijvoorbeeld hebben de bezoekende schepen een aanzienlijk aandeel in de CO2 uitstoot in de regio.
- wat is het vergezicht/kansen
De scheepvaart in Nederland is niet beperkt tot binnenvaart en short sea shipping, maar ook in de havens zijn grote zeeschepen een belangrijke bron van CO2 uitstoot. Door het gebruik van niet-fossiele brandstoffen in de Nederlandse en Europese wateren en havens kan de CO2 uitstoot aanzienlijk verlaagd worden. Er dient hierbij niet alleen naar de Tank tot Propeller (TTP) uitstoot gekeken te worden, maar ook vanuit de optiek van Well tot Propeller (WTP). Regelgeving rondom brandstofspecificatie, ketenbewaking en monitoring zijn daarbij van groot belang.

Wat is er nieuw aan het project?

In het project wordt onderzocht welke brandstofopties (prijs)technisch mogelijk en interessant zijn (zoals emulsies en blends) om toe te passen in de zeevaart om te komen tot gedegen transitiepaden voor op HFO varende schepen. Ook de toepassing van scrubbers voor SOx
Inventarisatie alternatieve brandstoffen voor de zeevaart
reductie en selectieve katalytische reductie (SCR) voor NOx reductie wordt daarin meegenomen, zodat een realistische lange termijn roadmap gepresenteerd kan worden.

Doelstelling

Het project heeft tot doel inzicht in de mogelijke transitiepaden, en de bijbehorende technische en economische haalbaarheid van niet fossiele alternatieve brandstoffen, voor schepen die varen op HFO.
In het beoogde vervolgproject zal een consortium van maritieme bedrijven en organisaties een schip testen dat i.p.v. HFO (deels) gebruik maakt van niet fossiele alternatieve brandstoffen. Dit resulteert in een (demonstratie) toepassing aan boord van een bestaand of nieuw te bouwen vaartuig.

Aanpak

1. Bepalen van de stand van techniek m.b.t. niet fossiele alternatieve brandstoffen voor de zeevaart varend op HFO
2. Inventariseren van potentieel en mogelijke business cases voor gebruikers
3. Identificeren van knelpunten m.b.t. brandstofsamenstelling, verbrandingsproces, opslagmethoden, systeemopzet en performance van deze brandstoffen.
4. In kaart brengen technologie aanbod en desbetreffende kennis van Nederlandse bedrijfsleven en (onderzoeks)organisaties
5. Ontwikkelen van een vervolgproject voor een op HFO varend schip dat gaat varen op niet fossiele alternatieve brandstof.

Resultaten

Het resultaat van het project is een inzicht in de mogelijke transitiepaden en de technische en economische haalbaarheid van niet fossiele alternatieve brandstoffen voor de zeevaart. De bevindingen worden vastgelegd in een rapportage, die tevens zal dienen als aanzet voor een projectvoorstel voor de ontwikkeling van een of HFO varend schip dat gaat varen op niet fossiele alternatieve brandstoffen. De resultaten kunnen gepresenteerd worden op de Innovatie Commissie van NML en het MKC-MT alsmede het Platform Schone Scheepvaart.

Samenwerking

Het project wordt uitgevoerd door het Maritiem Kennis Centrum i.s.m. TU Delft en TNO. Ook worden andere partners uitgenodigd aan te sluiten, zoals reders, maritieme dienstverleners, werven, systeemleveranciers en kennis- en onderzoeksinstellingen.

Taakverdeling

De taken worden uitgevoerd door MKC, TU Delft en TNO. De industriële partners functioneren als klankbordgroep en zullen input geven en de relevantie van het werk van de onderzoekers toetsen.
Het Maritiem Kennis Centrum (MKC) functioneert als penvoerder/projectleider

Meer informatie

Maritiem Kennis Centrum (MKC) - Pieter ’t Hart - 06-48501314 - p.thart@mkc-net.nl

Terug naar MKC-projecten-pagina


© Copyright MKC - 2019